Methodiek
Aangezien de begeleiding van de studenten voornamelijk door jonge lesgevers gebeurt, is de drempel tot het stellen van vragen meestal veel lager dan bij begeleiding door een ouder persoon. Ook zit de student nog dicht op de stof aangezien hij/zij dit onlangs nog zelf heeft moeten leren. Bovendien weet de begeleider meestal ook uit eigen ervaring waar de klemtoon juist op ligt en hoe je de zaken juist moet interpreteren om de samenhang gemakkelijk in te zien. Door de individuele aanpak en het kleine leeftijdsverschil ontstaat er een band en verlopen de bijlessen in aangename en vriendschappelijke sfeer.

Wiskundige georiënteerde vakken begrijpen doe je door problemen, met een toenemende moeilijkheidsgraad, TE LEREN oplossen. Deze problemen oplossen komt feitelijk neer op het zich eigen maken van een bepaald denkpatroon, waarbij men steeds dezelfde vragen centraal plaatst. Dit zogenaamd analytisch vermogen is niet enkel weggelegd voor de "happy few", maar kan wel degelijk aangeleerd worden (het is wel zo dat de ene daar sneller met weg is dan de andere). Dit denkpatroon trachten we samen met de student in te oefenen door middel van toepassingen van de theorie, aangezien wiskunde voor vele studenten veel te abstract is.

Het belang van oefeningen mag dus zeker niet onderschat worden. Integendeel, men zou na elk stuk theorie minstens enkele oefeningen moeten maken om het nut van de theoretische formules in te zien en goed te begrijpen.

Bovendien komen we steeds aan huis, waardoor de scholier/student zich letterlijk thuis voelt en zich optimaal kan concentreren op de leerstof.